De duplo methode of ook wel: 'een taal erbij' is ontwikkeld vanuit het theoretische gedachtegoed van I. Boszormenyi-Nagy, een Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut, dat uitgaat van een contextueel mensbeeld, de mens in relatie tot zich en de ander, in het hier en nu en in zijn geschiedenis.

Het idee in het contextuele denken, is dat onze pijn en vreugde samenhangen met banden en loyaliteiten die van generatie op generatie onze relaties, en vooral de relatie met onszelf bepalen (Diekmann). Met de Duplo poppetjes kun je vanuit het verleden kijken naar het heden en andersom. Situaties uit het verleden kun je in één beeld koppelen aan het heden. Het uitbeelden van de relaties, de schades en de schatten en hoe die ons in het hier en nu bepalen, is een extra taal geworden: Een Taal Erbij. Een Taal Erbij structureert de vaak verwarrende werkelijkheid van de cliënt en werkt daarmee ook ordenend voor de therapeut. Een werkzame factor van Een Taal Erbij is het effect van het zien en aanraken van het materiaal tegelijk.

Een essentieel kenmerk is de mogelijkheid het intrapsychische (de volwassene of coördinator en diens geschiedenis) en de relationele werkelijkheden parallel te beleven. Hierdoor worden nieuwe verbanden gelegd en nieuwe mogelijkheden gezien en gevoeld. De innerlijke dialoog en de relaties met belangrijke anderen staan tegelijk op tafel. Die zichtbare innerlijke dialoog en het samenvallen van weten en voelen, maakt Een Taal Erbij tot hefboom in het therapeutisch proces (Diekmann).

Met de Taal kan door de therapeut op een andere manier erkenning worden gegeven. Een Taal Erbij nodigt zowel de professional als de cliënt uit om op een creatieve manier de (eigen) interne en externe werkelijkheid vorm te geven. Door samen met het beeld te spelen ontstaat bij voldoende vertrouwensbasis ruimte voor nieuwe betekenisgeving, verandering en verbinding. 

(bron: de Kontekst)